welcome! now you are in

let’s do some

I'm not a businessman, I'm

Bizznizz Partners B.V. accountants & adviseurs.

Als MKB ondernemer richt u zich voor de volle honderd procent op uw klanten en kernactiviteiten. Daar bent u goed in. Financiën zijn de brandstof voor uw onderneming. Voor uw financiële bedrijfsvoering heeft u een professionele accountant / adviseur nodig die dat uitstekend regelt. Niet alleen betrouwbaar en professioneel. Als adviseur ook zeer betrokken bij uw bedrijf, uw klanten en het product. Een accountant die een stap verder gaat in uw bedrijfsvoering. Die vanuit expertise en de laatste kennis, maar vooral vanuit betrokkenheid met en enthousiasme voor uw organisatie, naast u staat.

Door onze betrokkenheid en enthousiasme hebben wij een totaaloverzicht op uw bedrijf en realiseren we een proactieve samenwerking. Wij streven ernaar de oplossing al geregeld te hebben voordat u het probleem ervaart. Innovatief en met gevoel. Bizznizz accountants & adviseurs is een persoonlijke raadgever die in uw bedrijf en naast u functioneert als een vaste schakel. U krijgt daarmee financiële expertise op hoog niveau met een persoonlijke betrokkenheid binnen. Hierdoor kunt u zich volledig op uw kernactiviteiten richten.

Bizznizz accountants & adviseurs uw raadgever.

 

Over ons

Bizznizz accountants & adviseurs is een jonge organisatie van ervaren accountants en adviseurs. Wij vinden dat professionalisme en betrouwbaarheid een voorwaarde zijn voor een accountant, maar wij gaan verder. Dat brengt betrokkenheid met zich mee. Wij weten wat er speelt en hoe we ermee moeten omgaan. Dat doen we proactief en met enthousiasme. Volgens ons een voorwaarde voor optimale creativiteit en innovativiteit. Hierdoor staan wij midden in uw organisatie, als onderdeel en raadgever.

Bizznizz accountants & adviseurs levert integrale dienstverlening. Wij verbinden financiële plannen, fiscale vraagstukken, risicomanagement, overnames, offertes en alle andere dienstverlening met elkaar tot één geheel. Dat geeft overzicht en de mogelijkheid om slagvaardig te zijn. Met directe lijnen en altijd uw eigen contactpersoon. Zo zijn wij de raadgever die dicht bij u staat, altijd een stap verder.

Werkt Bizznizz accountants & adviseurs voor iedereen? Nee, want voor vertrouwen en betrokkenheid moet je elkaar aanvullen en aanvoelen. Dat geldt zowel voor ons uitgebreide netwerk als onze klanten. Alleen dan wordt 1 + 1 drie. Synergie. Dat is onze toegevoegde waarde. Nu en in de toekomst.

 

 

Accountancy

Financiële administratie

Samen met u zorgen wij voor inzicht in de financiën en voor een zo goed mogelijke inrichting van uw bedrijf. Een betrouwbare administratie laat zien hoe gezond een bedrijf is. Wij adviseren u over de beste manier om de administratie te voeren en helpen bij het juist interpreteren van de cijfers. Natuurlijk kunnen wij u ook administratieve ondersteuning leveren.

Financiële rapportage

Periodieke rapportages en jaarrekening kunnen wij voor uw bedrijf verzorgen. Hierdoor krijgt u inzicht in uw financiële situatie. Een tijdig opgeleverde rapportage of jaarrekening kan de basis zijn voor belangrijke managementbeslissingen. Daarnaast is een betrouwbare jaarrekening een belangrijke basis bij het onderhandelen over financiering, uitbreiding en bedrijfsovernames.

Digitaal werken

Bizznizz Partners streeft er naar om zoveel mogelijk digitaal te werken. De voordelen hiervan zijn dat u altijd inzage heeft in uw (actuele) cijfers. Ook kunnen wij makkelijk bij uw gegevens voor het geven van adviezen of voor ondersteuning van de werkzaamheden. De administraties sluiten altijd aan op de systemen van ons zodat de cijfers efficiënt verwerkt worden.

Bizznizz Partners maakt gebruik van de volgende software voor de financiële administraties:

  • Accountview

  • Exact Online

  • Twinfield

  • e-Boekhouden

Bizznizz Partners heeft binnenkort ook een eigen klantportaal. Met deze portaal (ook beschikbaar via een app) kunt u inloggen in uw eigen omgeving. In deze omgeving heeft u toegang tot uw gegevens zoals jaarrekeningen en specificaties. Tevens wordt u op de hoogte gehouden van de actualiteiten die voor uw branche relevant zijn. Diverse documenten kunnen na akkoord geaccordeerd worden zodat deze na akkoord direct worden verzonden naar de juiste instanties.  Ook kunt u documenten uploaden zodat deze voor ons inzichtelijk zijn.

 

Belastingadvies

Wij beschikken over de noodzakelijke kennis en ervaring om u te adviseren over de juiste toepassing van de Nederlandse belastingwetgeving. Voor particulieren op het gebied van inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting. Voor bedrijven op het gebied van vennootschaps-, loon-, dividend- en omzetbelasting.

In de praktijk hebben onze werkzaamheden onder meer betrekking op:

  • Fiscale planning voor ondernemer en directeur-grootaandeelhouder
  • Fiscale consequenties en planning voor bedrijfsopvolging
  • Het maken van afspraken met de belastingdienst en begeleiding bij controles door de belastingdienst
  • Belastingaangiften
  • Fiscale bezwaar- en beroepsprocedures begeleiden

 

Overige dienstverlening

Alleen als wij goed op de hoogte zijn van de ontwikkelingen kunnen wij goed adviseren. Wij willen graag meedenken over mogelijke verbeteringen van de bedrijfsvoering. Samen nemen wij de cijfers en ontwikkelingen door, analyseren deze en kijken naar vooruitzichten, begrotingen, budgetten en toekomstige stappen. Met onze kennis van de organisatie en ontwikkelingen in het algemeen fungeren wij als een klankbord.

Op de volgende gebieden kunnen wij u uitstekend begeleiden:

  • Herstructureringen
  • Financieringsvraagstukken
  • Risicomanagement
  • Bedrijfsopvolging – overnames

 

 

Contact

Nijverheidsstraat 29

Bizznizz Partners B.V. accountants & adviseurs
Nijverheidsstraat 29
1521 NG Wormerveer

e-mail: bizz@bizznizzpartners.nl
Telefoon: 075 - 767 62 82

Error 404

De pagina die u probeerde te bereiken bestaat niet.

Klik op ons logo om in te loggen in uw administratie

Bizznizz Partners werkt samen met het online boekhoudpakket “e-Boekhouden.nl”. Bizznizz Partners zorgt voor een geheel ingerichte administratie en zorgt ervoor dat u met gemak kan inloggen op uw eigen omgeving. Binnen deze omgeving kunt u uw administratie inzien, wijzigen, bankrekeningen automatisch koppelen en eenvoudig factureren in uw huisstijl. De administratie sluit aan op de systemen van Bizznizz Partners zodat de cijfers efficiënt verwerkt worden.

Waarom e-Boekhouden.nl?

 

Er zijn veel aanbieders binnen de online boekhoudwereld. Bizznizz Partners heeft gekozen voor e-Boekhouden omdat er sprake is van een goede prijs-kwaliteitsverhouding. Het pakket is eenvoudig in gebruik, maar toch compleet. Het pakket heeft vele functies die het administreren een stuk efficiënter en eenvoudiger maakt. Daarnaast heeft het pakket een goede klantservice met heldere handleidingen.

Kosten

 

Kosten online boekhouden per maand:

 

Modules

Prijs per maand excl, BTW

Boekhouden (onbeperkt aantal boekingen) € 5,95
Facturatie € 5,95
Klanttoegang € 6,95
Optioneel: Scan en herken (per factuur) € 0,19
Datalimiet tot 250 MB € 0,00
Extra gebruikers € 0,00
Administratiekosten Bizznizz € 5,00

De abonnementen zijn maandelijks opzegbaar en er zijn geen bijkomende kosten zoals onderhoudskosten. Er worden eenmalige kosten in rekening gebracht door Bizznizz Partners voor het inrichten van de administratie.

Enkele functies boekhoudpakket

 

  • Automatische koppeling banken (ABN-AMRO/Rabobank en ING):

Bizznizz Partners zal uw bankrekeningen koppelen met uw administratie. Door deze koppeling zal de administratie dagelijks de transacties ophalen. De administratie boekt automatisch de transacties die worden herkend op basis van factuurnummer. Ook bestaan er mogelijkheden voor het aanmaken van incasso’s en betalingen. Overige banken dienen te worden ingelezen met MT-940 bestanden.

  • Factureren, aanmanen en offertes beheren:

Vanuit de administratie is het mogelijk om te factureren in uw eigen huisstijl. De lay-out van de factuur is aanpasbaar. De facturen kunnen worden opgeslagen als Word bestand of PDF bestand. Tevens is het mogelijk om de factuur vanuit de administratie te e-mailen of af te drukken. De facturen worden automatisch geboekt in de administratie. Tevens is het mogelijk om aanmaningen te versturen vanuit de administratie. De administratie kan ook worden ingericht voor het maken en bijhouden van offertes.

  • Inscannen documenten en herkennen:

Doormiddel van het e-mailen naar een emailadres is het mogelijk om bijvoorbeeld inkoopfacturen in te scannen. Deze zijn dan makkelijk in te boeken in de administratie. Tevens is het mogelijk om de facturen te laten herkennen (€ 0,19 per factuur).

  • Eenvoudig overzicht generen (bijv. kolommenbalans, openstaande posten etc.).

  • BTW aangiften vanuit administratie rechtstreeks verzenden naar de Belastingdienst.

  • Automatische boekingen aanmaken (omschrijvingen controleren op bepaalde termen (bijv Nuon)).

  • Altijd en overal inzicht in administratie (ook voor Bizznizz Partners) door inloggen via internet en veilig werken via de Cloud.

  • Mogelijkheid om materiële vaste activastaat bij te houden en automatisch afschrijvingen te boeken.

  • Mogelijkheid om voorraad bij te houden.

  • Diverse koppelingen mogelijk met bijvoorbeeld Kamer van Koophandel, incassobureau, webshop, etc.

Hierbij wat handige video’s over het boekhoudpakket:

 

Starten in drie stappen:

 

Scan & Herken:

 

Afsluiten boekjaar:

 

Facturen direct laten betalen door middel van een link:

 

Hierbij wat overige handige video’s:

Ondernemen en de inkomstenbelasting

Je bedrijfskosten – wat kun je aftrekken

Je autokosten – wat kun je aftrekken

Inloggen


Informatie

 

Ontdek de mogelijkheden van BIZZNIZZ Online. In dit portaal ontvangt u voortaan heel gemakkelijk informatie van ons, zoals aangiftedocumenten, jaarrekeningen, publicatiestukken, overige correspondentie. Door onze klantenportaal blijft u ook op de hoogte van het laatste actuele nieuws. Ook is het mogelijk om eenvoudig en veilig informatie aan ons te versturen.

Altijd bereikbaar

Regel uw zaken vanaf elke locatie en op een moment dat u past. BIZZNIZZ Online is toegankelijk vanaf elke pc én via een gebruiksvriendelijke app op uw smartphone en tablet (te downloaden via links onderaan deze pagina).

Snel accorderen

Door gebruik te maken van BIZZNIZZ Online kunt u uw elektronische handtekening plaatsen op stukken die wij klaar zetten in BIZZNIZZ Online. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aangifte omzetbelasting, aangifte inkomstenbelasting, jaarrekening en publicatiestukken. Indien de stukken akkoord worden gegeven zullen deze stukken direct online worden doorgestuurd naar de Belastingdienst, Kamer van Koophandel of bank. U heeft altijd toegang tot deze stukken via uw online archief.

Tevens is het mogelijk om dossier veilig te delen. In overleg met u, kunnen wij een dossier online aanbieden. Daarin kunnen wij stukken plaatsen die dan ter aller tijden voor u inzichtelijk zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan  permanente stukken zoals huurovereenkomsten, diverse akten of materiële vaste activa staat. Ook is het mogelijk dat u stukken kunt uploaden naar ons. Wilt u meer informatie over deze optie, neem dan contact met ons op.

Kortom, met BIZZNIZZ Online heeft u een tool waarmee u altijd bij u gegevens kunt, de gegevens kunt goedkeuren en verzenden, op de hoogte blijft van het actuele nieuws en waarmee u makkelijk online vragen kunt stellen aan ons.

Met BIZZNIZZ Online kunt u onder meer:

  • Toegang actuele nieuwsberichten die voor uw branche relevant zijn.

  • Inzien en accorderen van BTW aangiften, fiscale aangiften, publicatiestukken en jaarrekeningen.

  • Mogelijkheid om documenten in te zien zoals jaarrekeningen en specificaties.

  • Uploaden van documenten zodat deze voor ons inzichtelijk zijn.

Neem contact op met uw relatiebeheerder voor meer informatie.

 


Download handleidingen

 

Startguide BIZZNIZZ Online

Voorblad startguide klein

 

Handleiding BIZZNIZZ Online

Voorblad handleiding

 

Handleiding toevoegen gebruikers

Voorblad gebruikers aanmaken


Download appstore


googleplayappstore


Film BIZZNIZZ Online

 

 

Actueel

WBSO: extra budget vanaf 2017

29 September 2016

Gelet op het groeiende gebruik van de WBSO stelt het kabinet extra budget beschikbaar vanaf 2017: € 33 miljoen in 2017 en structureel € 85 miljoen vanaf 2018. Het MKB maakt in 2016 naar verwachting gebruik van 65,4% van het WBSO-budget.

De Minister van Economische zaken informeert de Eerste Kamer over de effecten van de integratie van de Research- en Development Aftrek (RDA) in de S&O-afdrachtvermindering (WBSO) op de budgetverdeling tussen MKB en grootbedrijf. Daarnaast gaat hij in op het doel en effect van de WBSO, het gebruik van de regeling in 2016 en het beschikbare budget voor 2017. Met ingang van 2016 is de RDA in de WBSO geïntegreerd. Met behulp van de WBSO kunnen bedrijven de loonkosten en andere kosten en uitgaven voor Research en Development (R&D) verlagen. Bedrijven dragen minder loonheffing af en zelfstandigen krijgen een vaste aftrek. De R&D-niet-loonkosten komen pas sinds dit jaar in aanmerking voor de WBSO. Voorheen werden deze ondersteund door de RDA in de vorm van een aftrekpost in de winstbelasting. In 2016 maken naar verwachting 23.000 bedrijven gebruik van de WBSO, waarvan ruim 97% MKB’er is. Het is de verwachting dat de budgetuitputting 2% hoger uitkomt dan vorig jaar. Het toegenomen gebruik van de regeling is met name te verklaren doordat bedrijven meer WBSO zijn gaan aanvragen voor R&D-niet-loonkosten (plus 8,5%). Door de integratie van de RDA in de WBSO kunnen ondernemers het fiscale voordeel op de R&D-niet-loonkosten eerder en beter verzilveren. Zij kunnen dit nu maandelijks via de loonheffing verrekenen in plaats van pas na afloop van het jaar via de vennootschapsbelasting. Daardoor is het aanvragen van WBSO voor R&D-niet-loonkosten aantrekkelijker voor bedrijven. De verdeling van het budget tussen MKB en grootbedrijf ontwikkelt zich in 2016 conform verwachting: deze blijft in 2016 in grote lijnen gelijk met de verdeling vóór de integratie. Het MKB maakt in 2016 naar verwachting gebruik van 65,4% van het budget. Dit aandeel is relatief hoog, gezien het feit dat het MKB verantwoordelijk is voor 40% van de in Nederland uitgevoerde R&D. Gelet op het groeiende gebruik van de WBSO zal het kabinet de komende jaren extra budget beschikbaar stellen: € 33 miljoen in 2017 en structureel € 85 miljoen vanaf 2018. Met inachtneming van de onderuitputtingen uit het verleden is met deze extra middelen het WBSO-budget voor 2017 en verder € 1.205 miljoen. Daarmee kunnen de parameters voor 2017 ongewijzigd blijven. Het in stand houden van de parameters (ondersteuningspercentages, schijflengtes) is van belang voor een stabiel investerings- en vestigingsklimaat voor het R&D-intensieve bedrijfsleven. Het doorgroeiende MKB blijft extra ondersteund, doordat het verhoogde tarief in de eerste schijf op de eerste € 350.000 aan R&D-(loon)kosten van toepassing blijft. Het kabinet kan hiermee opnieuw een stevige impuls geven aan de private R&D in Nederland. Doel van het kabinet is dat in 2020 in Nederland 2,5% van het BBP wordt uitgegeven aan R&D. Bron: Min EZ 20-09-2016, DGB-I&K/16126675

lees verder

Forse groei aantal oproepbanen

28 September 2016

Tussen 2010 en 2015 is het aantal werknemersbanen op oproepbasis met 143.000 toegenomen. Dit is een toename van 36%. Vooral in de horeca werken naar verhouding veel oproepkrachten. In die bedrijfstak betreft het een kwart van alle werknemersbanen.

In 2015 waren er 545.000 werknemersbanen van oproepkrachten, 7% van alle banen van werknemers. Vijf jaar terug was nog 5% van alle werknemersbanen een oproepbaan. Vooral jongeren in de leeftijd van 15 tot 25 jaar werken in een oproepbaan. Vaak gaat het om scholieren of studenten. Meer dan de helft van de oproepkrachten is scholier of student. De grootste aanwas (2/3) in oproepbanen tussen 2010 en 2015 deed zich voor bij werknemersbanen die jongeren vervullen. De horeca telt de meeste oproepkrachten onder zijn werknemers. Tussen 2010 en 2015 groeide het percentage van 19 naar 26%, vooral in 2014 en 2015 nam het toe. Ook in de bedrijfstakken landbouw, handel en cultuur, sport en recreatie, waar relatief veel oproepbanen voorkomen, steeg het percentage in de afgelopen vijf jaar. In de gezondheids- en welzijnszorg daalde daarentegen het percentage oproepbanen de afgelopen twee jaar licht. Gevraagd naar de belangrijkste reden om een flexibele arbeidsrelatie te hebben, zei in 2015 ruim de helft van de oproepkrachten (54%) behoefte te hebben aan flexibiliteit. Dat is twee keer zoveel als gemiddeld onder alle flexibele werknemers. Dit geldt vooral voor de jongste (15 tot 25 jaar) en de oudste (65 tot 75 jaar) categorie werknemers. Relatief veel uitzendkrachten (57%) daarentegen geven aan een flexbaan te hebben omdat het niet lukt vast werk te krijgen. Die reden speelt bij de oproepkrachten veel minder. Een kwart heeft de oproepbaan bij gebrek aan een werkkring met meer zekerheid. Bron: CBS, 27-09-2016

lees verder

Tussenstand afhandeling voorgelegde (model-)overeenkomsten

28 September 2016

Bij de beantwoording van Kamervragen van het Kamerlid Omtzigt heeft staatssecretaris Wiebes een tussenstand gegeven van de afhandeling van voorgelegde modelovereenkomsten door de Belastingdienst. Het beeld dat vorige maand naar voren kwam naar aanleiding van een Wob-verzoek, dat er nog een flinke werkvoorraad ligt en het merendeel van de beoordeelde overeenkomsten de eindstreep niet haalt, is sindsdien niet gewijzigd.

Sinds juni van dit jaar zijn ruim 1.200 modelovereenkomsten aan de Belastingdienst voorgelegd. Hiermee is het totaal aantal ingediende verzoeken op 4.700 gekomen (stand 1 september). Van die voorgelegde overeenkomsten zijn er ongeveer 2.800 afgehandeld. Daarvan zijn er ruim 1.200 door de betrokken partijen ingetrokken of is de behandeling door hen afgebroken. In totaal zijn er 450 voorgelegde overeenkomst 'goedgekeurd', waarvan er inmiddels 64 zijn gepubliceerd. In ruim 1.100 gevallen kon de Belastingdienst geen zekerheid vooraf verlenen dat de voorgelegde overeenkomst altijd tot werken buiten dienstbetrekking zal leiden. De staatssecretaris geeft in zijn beantwoording aan dat prioriteit is gegeven aan de afhandeling van algemene en sectorale modelovereenkomsten die door meerdere opdrachtgevers en –nemers kunnen worden gebruikt. Deze staan op de website van de Belastingdienst. Bij de nog te beoordelen overeenkomsten gaat het bijna geheel om bedrijfsspecifieke overeenkomsten. Deze worden in de periode tot 1 mei beoordeeld. Bron: TK 2016-2017, aanh. 43

lees verder

Thuiswerken goed voor productiviteit

27 September 2016

Volgens de Nederlandse werknemer is thuiswerken erg goed voor onze productiviteit, vergeleken met werken op kantoor. In een onderzoek van Epson onder 500 medewerkers van diverse Nederlandse bedrijven gaf 55% van de ondervraagden aan productiever te zijn wanneer er wordt thuisgewerkt. Volgens 32% was er weinig verschil en slechts een klein percentage (13%) denkt minder productief te zijn tijdens het thuiswerken.

Van alle ondervraagden geeft 59% aan dat afleiding op het werk een reden is om thuis te gaan werken. Voor respondenten werkzaam in de ICT, is dit zelfs het geval voor 69%. Op de afdeling klantenservice daarentegen is voor 60% afleiding op het werk juist geen reden om thuis te gaan werken. De productiviteitswinst gaat niet in alle gevallen op: voor werknemers die werken op de afdelingen financiën en klantenservice lijkt werken op kantoor een betere optie. Bij financiën geeft 52% aan even productief of zelfs minder productief te zijn wanneer er wordt thuisgewerkt. Bij klantenservice is dit 53%. Bij werknemers op een afdeling personeelszaken is echter 80% van mening thuis productiever te zijn dan op kantoor. Bron: Epson 22-09-2016

lees verder

Tijdelijk gehuurde auto van de zaak blijft ter beschikking gesteld

27 September 2016

Een werknemer met een verklaring geen privégebruik tracht onder de bijtelling uit te komen door tijdens vakanties de auto van de werkgever te huren. Deze opzet slaagt niet. De auto blijft ter beschikking gesteld volgens de inspecteur en de vakantiekilometers tellen mee. De huurprijs is niet anders dan een eigen bijdrage voor privégebruik die op de bijtelling in mindering wordt gebracht.

Een werknemer heeft van zijn werkgever een auto ter beschikking gekregen. De werknemer overlegt een verklaring geen privégebruik op basis waarvan de werkgever over de jaren 2011, 2012 en 2013 geen loonbelasting inhoudt ter zake van de bijtelling voor privégebruik. Op verzoek van de Belastingdienst overlegt de werknemer over die jaren zijn rittenadministratie. Hieruit blijkt dat hij in die jaren naast gewone privékilometers (waarbij hij onder de 500 km-grens bleef) ook vakantie gerelateerde privékilometers heeft gereden. Voor het gebruik van de auto tijdens de vakantie heeft hij telkens met de werkgever een huurovereenkomst afgesloten voor de huur van de auto tegen een vergoeding. De inspecteur trekt de conclusie dat in alle drie de jaren de grens van 500 kilometer privékilometers is overschreden en legt naheffingsaanslagen op. In geschil is of de inspecteur bij het opleggen van de naheffingsaanslagen terecht de vakantiekilometers in aanmerking heeft genomen. Na eerst door de rechtbank in het ongelijk te zijn gesteld gaat de werknemer in hoger beroep bij Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 13bis Wet LB 1964 vindt bijtelling voor privégebruik van de aan de werknemer ter beschikking gestelde auto voor zover dit privégebruik meer dan 500 kilometer per kalenderjaar plaatsvindt. Indien de werknemer een verklaring geen privégebruik van de Belastingdienst aan zijn werkgever overlegt, houdt de werkgever geen loonbelasting in, tenzij hij weet dat de verklaring niet juist is. Wanneer de Belastingdienst de verklaring geen privégebruik auto intrekt of wanneer de werknemer niet kan laten blijken dat hij niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruik heeft gemaakt van de ter beschikking gestelde auto, heft de Belastingdienst na bij de werknemer. Rechtbank Noord-Nederland heeft volgens het hof met juistheid overwogen dat de vakantiekilometers privékilometers vormen. De huurovereenkomst maakt dit niet anders. De vergoeding voor de huur van de auto heeft de inspecteur bij het vaststellen van de naheffingsaanslagen als eigen bijdrage voor privégebruik in mindering gebracht op de bijtelling wegens privégebruik van de auto. Het hoger beroep is ongegrond. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 20-09-2016

lees verder

Pensioensector belegt duurzamer

26 September 2016

In de pensioensector wordt steeds meer duurzaam belegd en die groei zal gezien alle voornemens in de sector verder doorzetten. Dat blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) naar duurzaam beleggen in de pensioensector.

De groei manifesteert zich op verschillende vlakken. Het aantal pensioenfondsen dat duurzaam belegt neemt toe, het aanbod in duurzame beleggingsproducten groeit en de manieren waarop fondsen invulling geven aan hun (duurzame) beleggingsbeleid is aan het verbreden. Daarbij wordt duurzaam beleggen dieper verankerd in de organisaties en maakt het steeds meer deel uit van de risicobeheersing. Dat de inzet op duurzaamheid geen tijdelijke aangelegenheid is, blijkt uit gesprekken met de pensioensector, maar is ook op te maken uit het feit dat fondsen duurzaamheid verankeren in hun investment beliefs. Het aantal pensioenfondsen dat duurzaamheid hierin opneemt, is de afgelopen jaren snel gestegen. Van 45% in 2013 tot 74% in 2015. In 2015 geeft 88% van de pensioenfondsen aan een duurzaamheidsbeleid te hebben ontwikkeld, waarbij de verschillen in intensiteit en ambitie groot zijn. Uit het onderzoek komt naar voren dat met name de grotere pensioenfondsen stappen zetten om duurzaamheid te integreren in hun beleggingsbeleid, en daarmee wereldwijd in de voorhoede zitten. Duidelijk is dat de aandacht voor duurzaam beleggen verdiept. Waar het aanvankelijk gedreven werd door de reputatierisico’s die maatschappelijk als ‘fout’ gepercipieerde beleggingen met zich meebrengen, zien we het accent nadrukkelijk verschuiven van reputatierisico naar financieel risico en naar financiële kans. Duurzaamheid is daarmee op de agenda gekomen als onderdeel van de risicobeheersing én als goede en kansrijke investering. Bron: DNB 23-09-2016

lees verder

Ruim 270.000 familiebedrijven

26 September 2016

Nederland telt 271.790 familiebedrijven. Dit komt neer op 70% van alle bedrijven met meer dan één werkzame persoon. Dit blijkt uit een onderzoek van CBS naar familiebedrijven in Nederland. Koplopers zijn de horeca (81% familiebedrijf) en de landbouw (92%). Maar ook in de industrie is 70% een familiebedrijf.

CBS voert voor het eerst onderzoek uit naar familiebedrijven. Dit eenjarige onderzoek wordt uitgevoerd met een financiële bijdrage uit het COSME Programma van de Europese Unie. De meeste familiebedrijven zijn klein en hebben niet meer dan vijftig werkzame personen in dienst. Er zijn 3.690 grote familiebedrijven met vijftig of meer werkzame personen, waarvan 365 bedrijven met meer dan 250 mensen in dienst. Van alle bedrijven van deze omvang is 13% een familiebedrijf. Alle familiebedrijven samen hebben 341.220 vestigingen; dit is 63% van alle bedrijfsvestigingen met meer dan één werkzaam persoon in Nederland. In Friesland, Drenthe, Zeeland en Limburg zitten relatief veel vestigingen van familiebedrijven, in Utrecht en Noord-Holland zijn er met 51% en 56% relatief weinig. In alle provincies heeft de sector handel de meeste vestigingen van familiebedrijven. De landbouw, bosbouw en visserij heeft een aanzienlijk aandeel in de noordelijke provincies en Zeeland. De zakelijke dienstverlening heeft in de Randstad een groot aandeel. In gemeentes met weinig inwoners komen familiebedrijven vaker voor dan in grotere gemeentes. Voor een grote stad heeft Eindhoven relatief veel familiebedrijven In Utrecht en Amsterdam zijn bijvoorbeeld 38% en 45% van de bedrijfsvestigingen onderdeel van een familiebedrijf. Eindhoven daarentegen is een grote gemeente met relatief veel familiebedrijven (54%), maar nog altijd minder dan de hele provincie Noord-Brabant (68%). Eindhoven kent relatief veel vestigingen van familiebedrijven in de commerciële dienstverlening (74%) in vergelijking met de hele provincie Noord-Brabant (60%). Het CBS verwacht later dit jaar, begin 2017 cijfers te zullen publiceren over het belang van familiebedrijven voor de economie. Bron: CBS 22-09-2016

lees verder

Meer zeggenschap OR over pensioen vanaf 1 oktober

23 September 2016

De ondernemingsraad krijgt vanaf 1 oktober meer te zeggen over het pensioen. Dan treedt de wet in werking waarin dat geregeld wordt, zo is in het Staatsblad bekendgemaakt. Volgens de wet hebben ondernemingsraden bij ondernemingspensioenfondsen straks instemmingsrecht over alle onderdelen, tenzij er in de cao al afspraken over de pensioenregeling zijn gemaakt. Nu nog heeft de OR bij een ondernemingspensioen alleen instemmingsrecht wanneer de werkgever de pensioenregeling wil vaststellen of intrekken.

Het gaat om de betrokkenheid van de OR bij ondernemingspensioenfondsen. Dat zijn fondsen die het pensioen uitvoeren bij één werkgever en niet voor een hele bedrijfstak. De inspraak van de OR bij pensioen is nu nog beperkt en geldt sowieso alleen als er in de cao geen afspraken over zijn gemaakt. Daarnaast heeft de OR nu nog alleen instemmingsrecht als de werkgever de pensioenregeling wil vaststellen of intrekken. De zaak kwam aan het rollen na een conflict bij Shell, in 2013. Het olieconcern zette zonder inspraak van de ondernemingsraad een nieuw, soberder pensioenfonds op voor nieuwe medewerkers. Dat kan met de nieuwe wet niet meer. Bron: SC, 19-09-2016

lees verder

Onderzoek naar heffing box 3 op basis werkelijk rendement

22 September 2016

Vorig jaar rond Prinsjesdag heeft het kabinet een proces in gang gezet om te onderzoeken of het mogelijk is om de heffing over inkomen uit sparen en beleggen beter aan te laten sluiten bij het werkelijk rendement. Op Prinsjesdag 2016 heeft staatssecretaris Wiebes de voortgangsrapportage hierover naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Voorlopige conclusie is dat een betere belasting van het werkelijke rendement mogelijk lijkt, maar dat een dergelijk stelsel altijd zal bestaan uit een heffing op werkelijke rendementen op de ene vermogenstitel en een forfaitaire benadering van het werkelijke rendement op de andere titel. Dat levert onherroepelijk grotere risico’s van ontwijking op en eenvoudiger wordt het niet. Vooralsnog lijkt dit echter uitvoerbaar, als de gegevens volledig, juist en tijdig geautomatiseerd worden aangeboden en indien ontwijking zo veel mogelijk kan worden voorkomen en intensief wordt bestreden. Vooralsnog zijn er drie varianten mogelijk: variant A: in de basis een vermogensaanwasbelasting; variant B: een vermogenswinstbelasting. In deze twee varianten wordt de werkelijke rente op bank-, spaartegoeden en overige vorderingen belast. Voor wat betreft onroerende zaken en overig vermogen wordt in beide varianten het belastbaar inkomen forfaitair bepaald. Ook geldt voor beide varianten dat het heffingvrije vermogen wordt omgezet in een heffingvrije voet voor de werkelijke inkomsten uit vermogen. Het verschil is dat in variant A de werkelijke vermogensaanwas op aandelen, obligaties en derivaten wordt belast , dus de koerswinst, de rente en de dividenden van dat jaar, terwijl in variant B de werkelijke rente en dividenden op aandelen, obligaties en derivaten jaarlijks worden belast en de vermogenswinst bij verkoop wordt belast. Omdat beide varianten ook nadelen kennen is gezocht naar een derde variant: variant C: in deze variant wordt het rendement voor elke vermogenstitel over een belastingjaar achteraf forfaitair vastgesteld. Variant C lijkt sneller te kunnen worden ingevoerd en verbetert de aansluiting bij het werkelijke rendement sterk ten opzichte van de wijzingen in box 3 die het kabinet vorig jaar in het Belastingplan had opgenomen en die in 2017 als tussenstap in werking treedt. Deze variant komt minder tegemoet aan de wens om het werkelijke rendement beter te benaderen, maar is beter uitvoerbaar dan de beide andere varianten. Verwacht wordt dat de verdere uitwerking in wetgeving van de gekozen variant (A, B of C) een jaar gaat duren. Bron: MvF 20-09-2016

lees verder

Prinsjesdag 2016 - Belastingpakket 2017

21 September 2016

Het pakket Belastingplan 2017 bestaat dit jaar uit zes wetsvoorstellen: Belastingplan 2017, Overige Fiscale Maatregelen 2017, Fiscale vereenvoudigingswet 2017, wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing en het wetsvoorstel Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting. Hieronder de belangrijkste wijzigingen.

Inkomensbeleid: Beperking verlenging derde schijf loon- en inkomstenbelasting In 2016 bedraagt de bovengrens van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting € 66.421. Op grond van eerdere wetsaanpassingen en inflatiecorrectie zou deze bovengrens per 2017 worden verhoogd naar € 67.472. Dit wordt met € 400 verlaagd naar € 67.072. Verhoging algemene heffingskorting Op grond van eerdere wetsaanpassingen en inflatiecorrectie zou de maximale algemene heffingskorting in 2017 worden verlaagd naar € 2.206. Voorgesteld wordt de maximale algemene heffingskorting met € 48 te verhogen naar € 2.254. Beperking verhoging maximale arbeidskorting en wijziging startpunt afbouw arbeidskorting Op grond van eerdere wetsaanpassingen en inflatiecorrectie zou de maximale arbeidskorting per 2017 worden verhoogd naar € 3.268. Dit wordt met € 46 verlaagd naar € 3.223. Ook het startpunt van de afbouw van de arbeidskorting wordt aangepast. Deze zou per 2017 € 33.944 bedragen. Voorgesteld wordt het startpunt verder te verlagen met € 1.500 naar € 32.444. Verhoging ouderenkorting Op grond van het Belastingplan 2016 wordt de in die wet opgenomen verhoging van de ouderenkorting per 2016 van € 222 per 2017 grotendeels teruggedraaid. Voorgesteld wordt om de ouderenkorting, nadat de hiervoor genoemde verlaging is aangebracht en de indexatie heeft plaatsgevonden, met € 215 te verhogen. In dat geval wordt de ouderenkorting per 2017 € 1.292 (in 2016: € 1.187) voor pensioengerechtigden met een verzamelinkomen van niet meer dan € 36.057. Constructiebestrijding en aanpak belastingontwijking: Maatregelen box 2-beleggen in vrijgestelde beleggingsinstellingen: dichten sluiproute waarmee box 2- en box 3-heffing kan worden uitgesteld of ontlopen: Voortaan moet in box 2 worden afgerekend over de positieve ab-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een ab heeft de vbi–satatus krijgt; Box 3-vermogen dat wordt ondergebracht in een vbi waarin de belastingplichtige een ab heeft wordt niet alleen in box 2 maar ook in box 3 belast als dit vermogen binnen achttien maanden weer terugkomt in box 3 -> wel tegenbewijsregeling Het percentage van het forfaitaire rendement uit een vbi wordt automatisch gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3 Beperking reikwijdte toerekeningsstop APV en voorkoming dubbele belasting anders vorm geven -> Toerekeningsstop geldt alleen nog voor APV’s die een actieve onderneming drijven. Daarnaast worden in het besluit voorkoming dubbele belasting aanvullende voorkomingsregelingen worden getroffen. Innovatiebox: nexusbenadering en toegangscriteria worden geïmplementeerd in de Nederlandse innovatiebox (zie ook BZ Advies, 2016, nr. 6 De innovatiebox staat onder druk) Wijziging specifieke renteaftrekbeperkingen: wijzigingen gericht tegen winstdrainage en in de overnameholdingbepaling voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017 Stimulering start-ups: Aanpassing gebruikelijk loon start-ups Voor dga’s van (startende) ondernemingen met lage of geen winst is het onder omstandigheden mogelijk het loon in overleg met de Belastingdienst op een lager bedrag vast te stellen dan bij dga’s van andere ondernemingen. Daar dit proces vaak tijdrovend en onzeker is voor de betreffende start-up wordt de regeling versoepeld: vanaf 2017 mag het gebruikelijk loon van de dga van een innovatieve start-up worden vastgesteld op het wettelijke minimumloon. Dit wordt mogelijk voor dga’s van bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor de toepassing van de S&O-afdrachtvermindering als starter worden aangemerkt. Deze maatregel komt te vervallen per 1 januari 2022. Verlenging van de eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting De eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting van 20% wordt in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 van € 250.000 naar € 300.000 en in 2021 van € 300.000 naar € 350.000. Deze maatregel is aangekondigd in de brief van 1 juli 2016 over de voorgestelde uitfasering van het pensioen in eigen beheer. Maatregelen als gevolg van jurisprudentie: Teruggaaf dividendbelasting voor niet-ingezetenen en heffingsvrij vermogen voor buitenlands belastingplichtigen Bouwterrein btw Wijziging btw-vrijstelling watersportorganisaties   Overige Fiscale Maatregelen 2017 IB Toerekening schulden die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust -> alle vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust worden voor box 3 gelijk behandeld dus ook de schulden. Codificatie beleidsbesluit vruchtgebruik -> wettelijk wordt vastgelegd dat een vruchtgebruiker die krachtens erfrecht de rente en kosten die hij betaalt op een schuld die de erflater is aangegaan en waarvan de eigendom bij de bloot eigenaar ligt in aftrek kan brengen als aftrekbare kosten voor de eigen woning. Het besluit uit 2014 wordt op verschillende punten aangepast. Heffing beloningen bestuurders en commissarissen: voorgesteld wordt voor buitenlands belastingplichtige bestuurders en commissarissen van in Nederland gevestigde vennootschappen in de Wet IB 2001 vast te leggen dat zowel wanneer sprake is van winst uit onderneming als wanneer sprake is van loon of resultaat uit overige werkzaamheden Nederland ook volgens nationaal recht over deze beloningen kan heffen. Intrekking spaarrenterichtlijn: in verband met de invoering van de CRS-richtlijn wordt de spaarrichtlijn ingetrokken. Codificatie beleidsbesluit tijdklemmen: wettelijk wordt vastgelegd dat de termijnen die als voorwaarden gelden om een vrijstelling te kunnen benutten bij het tot uitkering komen van een kapitaalverzekering eigen woning, een spaarrekening eigen woning, een beleggingsrecht eigen woning of een zogenoemde Brede Herwaarderingskapitaalverzekering in bepaalde situaties buiten toepassing zijn verklaard. Loonbelasting WVA Wettelijk zal worden vastgelegd dat eindheffingsloon is uitgesloten van het loonbegrip dat in het kader van de van de S&O-afdrachtvermindering wordt gehanteerd voor de berekening van het gemiddelde uurloon. Dit betreft codificatie van bestaande praktijk. De boetebepaling van de WVA wordt vereenvoudigd. Op dit moment wordt bij het niet tijdig of niet melden van de bestede S&O-uren en gerealiseerde kosten en uitgaven een boete opgelegd van in de praktijk maximaal € 2.500. Ter verduidelijking van de wet wordt voorgesteld om in de bepaling een maximumboete op te nemen ter hoogte van dit bedrag. De hoogte van dit bedrag zal eens in de vijf jaar geëvalueerd worden. Verder wordt voorgesteld dat bij het opleggen van deze boetes een lichtere procedure geldt dan de volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende procedure. Erf- en schenkbelasting Reparatie arrest over bedrijfsopvolgingsregeling bij indirecte aandelenbelangen van minder dan 5% -> De reparatie houdt kort gezegd in dat de uitleg en werkwijze zoals de Belastingdienst die sinds 2010 heeft gehanteerd wettelijk wordt vastgelegd. Termijn vaststelling aanslag na schenking eigen woning: voorgesteld wordt om de termijn voor het opleggen van de aanslag vast te stellen op vijf jaar Toeslagen Fatale termijn voor herziening voorschot en vaststelling toeslag: de bevoegdheid om nog na verloop van lange tijd de tegemoetkoming over een berekeningsjaar toe te kennen tot een lager bedrag dan het bedrag van het verleende voorschot of het voorschot te herzien tot een lager bedrag met de terugvordering van het ten onrechte uitbetaalde gedeelte tot gevolg vervalt ingeval vijf jaar zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar. Aanpassing Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit Creëren grondslag voor informatie-uitwisseling Fiscale vereenvoudigingswet 2017 Stroomlijnen invorderingsregelgeving belastingen en toeslagen De belangrijkste elementen zijn: aanwijzing van de ontvanger als het bevoegde bestuursorgaan voor de invordering van niet enkel belastingen, maar voortaan ook van toeslagen; introductie van een debiteurgerichte (in plaats van vorderinggerichte) betalingsregeling voor (in beginsel) burgers; kwijtschelding van restschuld na afloop van de betalingsregeling voor (in beginsel) burgers; rechtsbescherming via de fiscale rechter; wijziging van het verrekeningsregime; preferentie voor toeslagschulden. Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting vrijgestelde Vpb-lichamen Onder voorwaarden wordt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting geïntroduceerd voor opbrengsten die worden ontvangen door lichamen die (deels) niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen (alsmede voor daarmee vergelijkbare buitenlandse lichamen). Vereenvoudigingen teruggaafregeling oninbare vorderingen btw en milieubelastingen Het recht op teruggaaf ontstaat op het tijdstip dat de oninbaarheid van de vordering kan worden vastgesteld. maar ontstaat in ieder geval op het moment dat de vordering één jaar nadat deze opeisbaar is geworden nog niet is betaald. Ook kan de ondernemer het bedrag van de teruggaaf simpelweg in mindering brengen op de periodieke aangifte voor de btw en, indien van toepassing, de desbetreffende milieubelasting. Een aantal suggesties uit de internetconsultatie zijn overgenomen. Afschaffen fictieve dienstbetrekking commissaris De fictieve dienstbetrekking voor de commissaris wordt afgeschaft. Dit betreft een toezegging die bij de behandeling van de Wet DBA in de Eerste Kamer is gedaan. In een beleidsbesluit was op deze aanpassing al vooruitgelopen. Afschaffen jaarloonuitvraag De jaarloonuitvraag is in 2006 ingevoerd naar aanleiding van de problemen met de gegevensleveringen uit de polisadministratie voor de belasting- en premieheffing en de toeslagen. Sindsdien zijn veel verbeteringen doorgevoerd in de loonaangifteketen waardoor de jaarloonuitvraag volgens de Belastingdienst en het UWV inmiddels geen toegevoegde waarde meer biedt. Omdat het in stand houden wel een investering zou vergen bij softwareontwikkelaars en de Belastingdienst wordt voorgesteld de jaarloonuitvraag af te schaffen met ingang van 1 januari 2017. Dit betekent dat over het jaar 2016 geen jaarloonuitvraag meer kan worden gedaan. Uitbreiding mogelijkheid tot verlegging van de inhoudingsplicht voor concernonderdelen Op dit moment is verlegging van de inhoudingsplicht van een buitenlands naar een Nederlands concernonderdeel slechts beperkt mogelijk, namelijk in het geval dat een buitenlands concernonderdeel bemiddelt bij de tewerkstelling van een werknemer in Nederland. Voorgesteld wordt de bestaande mogelijkheid om de inhoudingsplicht te verleggen naar een Nederlands concernonderdeel uit te breiden door de voorwaarde dat er sprake moet zijn van bemiddeling bij de tewerkstelling van personeel te laten vervallen. Hierdoor kan elk buitenlands concernonderdeel dat inhoudingsplichtig is deze inhoudingsplicht verleggen, mits een Nederlands concernonderdeel dat tot hetzelfde concern behoort bereid is om de inhoudingsplicht over te nemen. Om de inhoudingsplicht te verleggen is een gezamenlijk verzoek van beide concernonderdelen nodig. Aanpassing zesmaandentermijn bij opteren belastingplicht vennootschapsbelasting voor stichtingen en verenigingen -> het verzoek moet uiterlijk gelijktijdig met het indienen van de aangifte worden gedaan. Wet Uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen De mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer wordt per 1 januari 2017 afgeschaft, gecombineerd met een tijdelijke maatregel (drie jaar) die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Voor dga’s die hier geen gebruik van kunnen of willen maken, wordt de mogelijkheid geboden om op het moment van het fiscaal geruisloos afstempelen van de pensioenaanspraak naar het niveau van de fiscale waarde van de pensioenverplichting, de pensioenaanspraak om te zetten in een aanspraak ingevolge een zogenoemde oudedagsverplichting. Daarnaast bevat het onderhavige wetsvoorstel enige andere fiscale maatregelen die ook betrekking hebben op oudedagsvoorzieningen. Een aantal van deze maatregelen draagt bij aan het vereenvoudigen van de toepassing van de belastingwetgeving en beoogt de administratieve lasten te verminderen of te voorkomen. Het gaat hierbij om maatregelen met betrekking tot pensioenuitkeringen die ingaan per de eerste dag van de maand, de afschaffing van de 100%-grens en daarvan afgeleide grenzen en de afschaffing van het doorwerkvereiste. De andere maatregelen die in dit wetsvoorstel zijn opgenomen zien op de omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen voor halfwezen en de toevoeging van beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieder voor lijfrenteproducten. Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing Aftrek uitgaven voor monumentenpanden Voorgesteld wordt deze regeling per 2017 te beëindigen. Scholingsaftrek vervalt per 2018 De persoonsgebonden aftrek in de IB voor scholingsuitgaven voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep en waarvoor geen recht bestaat op studiefinanciering komt per 2018 te vervallen. Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting De energiebelasting op elektriciteit geleverd via openbare laadpalen wordt zodanig aangepast, dat zij niet langer een knelpunt vormt voor de transitie naar elektrisch rijden. Hiervoor wordt voor de eerste 10.000 kWh het tarief verlaagd van het hogere reguliere tarief van de eerste schijf naar het lagere tarief van de tweede schijf. Het verlaagde tarief zal vier jaar van toepassing zijn van 2017 tot en met 2020. Bron: Prinsjesdagstukken: Belastingplan 2017, Overige Fiscale maatregelen 2017, Fiscale vereenvoudigingswet 2017, Wet Uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing, Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting  

lees verder

Middenbedrijf mist kansen op kapitaalmarkt

21 September 2016

Het middenbedrijf mist kansen doordat het de kapitaalmarkt onvoldoende weet te vinden als bron van financiering. Er is behoefte aan anderhalf tot tweeënhalf miljard euro aan risicokapitaal, maar doordat men er niet in slaagt deze vraag in te vullen, remt dit de ontwikkeling en solvabiliteitspositie van het middenbedrijf. De Nederlandse economie zou 150 tot 300 miljoen euro extra kunnen groeien wat gelijk staat aan twee tot vier basispunten bruto nationaal product (BBP).

Er zijn vier belangrijke kansen om de toegankelijkheid van de kapitaalmarkt voor het middenbedrijf te verbeteren. Dit blijkt uit onafhankelijk onderzoek van EY in opdracht van Stichting Capital Amsterdam onder middenbedrijven, beleggers, brokers, banken, brancheorganisaties, adviseurs, accountants, overheid, marktplaatsen en toezichthouders. De eerste belangrijke kans om de toegankelijkheid van de kapitaalmarkt te verbeteren is het stimuleren van doorverwijzing. Het middenbedrijf en de kapitaalmarkt vinden nu elkaar nog onvoldoende, enerzijds door een beperkte doorverwijzing vanuit accountants en banken en anderzijds door een gebrek aan financiële geletterdheid en kennis van de mogelijkheden bij het middenbedrijf. De suggestie wordt gedaan om naar Brits voorbeeld ook in Nederland banken wettelijk te verplichten om door te verwijzen naar financiering via de kapitaalmarkt. Een andere kans om de toegankelijkheid van de kapitaalmarkt te verhogen is het verbeteren van de fiscale behandeling van particuliere beleggers. In Nederland worden de particuliere beleggers niet door de overheid gestimuleerd om kapitaal ter beschikking te stellen aan het MKB. België en Frankrijk kennen hiervoor wel een regeling en dit heeft een positief effect heeft op de investeringen door particulieren. Het investeren via de kapitaalmarkt kan voor ondernemers ook minder aantrekkelijk zijn omdat hierdoor een deel van de zeggenschap over de onderneming wordt afgegeven aan aandeelhouders. Ook voor institutionele beleggers kunnen verschillende aspecten spelen die het niet aantrekkelijk maken om te investeren. Het oprichten van een genoteerd MKB-investeringsfonds zou helpen om de kapitaalmarkt voor een brede groep aantrekkelijk te maken. Uit ervaringen uit het buitenland is gebleken dat een genoteerd MKB-investeringsfonds een aantrekkelijk product kan zijn. De vierde en laatste kans is het samenwerken met FinTech-bedrijven. Huidige marktplaatsen worden niet altijd als een aantrekkelijke optie ervaren. Door nieuwe technologische ontwikkelingen zijn er mogelijkheden om een notering aan een marktplaats goedkoper te maken en om de doorlooptijd van een notering te verkorten. De samenwerking tussen marktplaatsen met FinTech-bedrijven kan leiden tot het ontwikkelen van innovatieve kredietbeoordelingsmodellen met kortere doorlooptijden en lagere kosten. Bron: EY, 14-09-2016

lees verder

Wiebes: geen boetegolf na 1 mei 2017

20 September 2016

In een Kamerbrief geeft staatssecretaris Wiebes van Financiën een eerste voortgangsrapportage inzake de Wet DBA. In de Kamerbrief gaat de staatssecretaris in op de voortgang rond modelovereenkomsten, de communicatie en de handhaving.

De bewindsman benadrukt in zijn rapportage dat met de Wet DBA alleen de VAR is afgeschaft, verder is alles bij het oude gebleven. Het werken met een modelovereenkomst is ook geen verplichting. Eigenlijk stelt de bewindsman met zoveel woorden dat een modelovereenkomst alleen voor die gevallen waar opdrachtgever en opdrachtnemer twijfelen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie een modelovereenkomst zou kunnen worden gebruikt om vooraf zekerheid te bieden. Is er geen twijfel over het werken buiten dienstbetrekking, dan is een modelovereenkomst niet nodig. En is het vrijwel zeker dat er niet buiten dienstbetrekking wordt gewerkt, dan helpt een modelovereenkomst ook niet. Volgens Wiebes is er in inmiddels een grotendeels dekkend stelsel van modelovereenkomsten ontstaan voor arbeidsrelaties die zich lenen voor werken buiten dienstbetrekking bestaande uit tien algemene modelovereenkomsten en circa vijftig sectorspecifieke overeenkomsten. Daarnaast zijn overeenkomsten voorgelegd door afzonderlijke opdrachtnemers die behoefte hebben aan meer bedrijfsspecifieke modelovereenkomsten. De doorlooptijd bij de beoordeling van die individuele modelovereenkomsten is relatief lang, tien weken, maar dat zou komen doordat de staatssecretaris de opdracht heeft gegeven om een afwijzing niet met een simpel ‘nee’ te beantwoorden. Aan de beoordeling van de voorgelegde overeenkomsten wordt op dit moment gewerkt door 40 fte. Dit zal worden uitgebreid naar 60 fte. Ten aanzien van de handhaving benadrukt Wiebes dat (goedwillende) ondernemers volgend jaar na 1 mei geen boetegolf hoeven te verwachten. In geval van goedwillende ondernemers zal de Belastingdienst nadere uitleg geven, eventueel waarschuwen en nadere afspraken maken. ‘En waar de beoordeling van een (model)overeenkomst nog gaande mocht zijn, waardoor nog gerede onzekerheid bestaat, past het de Belastingdienst uiteraard niet om boetes op te leggen. Dat gebeurt dan ook niet,’ aldus Wiebes. Bron: MvF 19-09-2016

lees verder

Nabetaling onregelmatigheidstoeslag tijdens vakantie

19 September 2016

Ook in hoger beroep FNV Zorg & Welzijn van de rechter gelijk gekregen in verschillende zaken over doorbetaling van de onregelmatigheidstoeslag tijdens vakanties en verlof. De zaak is aangespannen voor leden die werkzaam zijn als triagist op huisartsenposten in Zuid-Holland.

Sinds 1 januari 2014 ontvangen werknemers van huisartsenposten op grond van de cao Huisartsen­zorg onregelmatigheidstoeslag over opgenomen verlof- en vakantie uren. Eerder was dit niet het geval. Triagisten kregen tijdens verlof en vakantie enkel hun basisloon uitbetaald. Het Europese Hof van Justitie had in verschillende uitspraken (HvJ 15-09-2011, C-155/10; HvJ 22-05-2014, C-539/12) verklaard dat vergoedingen die samenhangen met de uitvoering van taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst worden gerekend tot de globale beloning van de werknemer. Alleen looncomponenten die strekken tot vergoeding van occasionele of bijkomende kosten die worden gemaakt bij uitvoering van de taken hoeven volgens het Europese Hof niet in aanmerking te worden genomen bij het vaststellen van het vakantieloon. In het geval van de triagisten behoorde de onregelmatigheidstoeslag op grond van die uitspraak dus tot het loon dat in aanmerking moet wroden genomen bij de berekening van de vakantietoeslag. De werkgevers waren bereid om eenmalig een bedrag uit te betalen ter hoogte van twee-en-een-half jaar gemiste onregelmatigheidstoeslag, mits de medewerkers zouden afzien van gerechtelijke stappen. Een aantal leden van FNV Zorg & Welzijn is niet op het aanbod ingegaan en heeft ervoor gekozen om met behulp van de vakbond nabetaling te eisen over de gehele wettelijke navorderingstermijn van 5 jaar. Vorig jaar stelde de kantonrechter hen al in het gelijk en die uitspraak is nu in hoger beroep bevestigd door het hof. FNV Zorg & Welzijn heeft bij wijze van proefproces namens een klein aantal leden op drie plaatsen in het land een rechtszaak aangespannen tegen huisartsenposten die weigerden gemiste onregelmatig­heids­toeslag over de volledige navorderingstermijn van 5 jaar na te betalen. Binnenkort oordeelt het Hof in Den Bosch over vergelijkbare zaken in Zeeland. De vakbond verwacht dat door de uitspraak van Hof Den Haag ook in overige zorgsectoren (ziekenhuizen, GGZ, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg) geoordeeld zal worden dat over vakantiedagen onregelmatigheids­toeslag moet worden betaald. Bron: FNV 15-09-2016; Hof Den Haag 13-09-2016

lees verder

Geen verlengde navorderingstermijn voor in buitenland gestorte zwarte omzet

19 September 2016

Volgens Rechtbank Den Haag is de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar niet van toepassing in een situatie waarin de ondernemer de door hem in Nederland behaalde verzwegen omzet naar een buitenlandse bankrekening overboekt.

Een echtpaar drijft sinds 1992 een ijssalon. Sinds de jaren negentig is het echtpaar rekeninghouder van een aantal Luxemburgse bankrekeningen. Deze bankrekening zijn niet aangegeven in de aangiften. Op 14 april 2014 heeft het echtpaar een inkeerverklaring aan de inspecteur gestuurd in verband met de door hen in Luxemburg aangehouden bankrekeningen. Op 1 mei 2015 sluiten ze met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten over een reeks van jaren. Voor het jaar 2005 is daarbij een voorbehoud gemaakt om in bezwaar en beroep te kunnen gaan in verband met een correctie van het box 1-inkomen van in totaal € 60.000. Dit voorbehoud werd gemaakt om na te gaan of de correctie kan worden gemaakt op basis van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. De correctie betreft een storting in contanten op 4 november 2005 op één van de Luxemburgse bankrekeningen. De inspecteur heeft voor het jaar 2005 aan beide echtelieden een navorderingsaanslag opgelegd waarbij het inkomen met € 30.000 werd verhoogd. Voor Rechtbank Den Haag is het de vraag of de verlengde navorderingsaanslag van toepassing is. Het bedrag van € 30.000 is niet als box 1-inkomen aangegeven en daarmee was de vereiste aangifte niet is gedaan. De navorderingsaanslag is opgelegd met toepassing van art. 16 lid 4 AWR: de navorderingstermijn wordt verlengd tot twaalf jaren, indien te weinig belasting is geheven over een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen. De inspecteur neemt pas bij de rechtszaak de stelling in dat mogelijk sprake is van verzwegen omzet die in het buitenland is behaald. Omdat deze stelling door de inspecteur niet is onderbouwd, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Beoordeeld moet worden of de kasstorting ziet op verzwegen Nederlandse omzet. Volgens de rechtbank valt een situatie waarin de ondernemer de door hem in Nederland behaalde verzwegen omzet naar een buitenlandse bankrekening overboekt niet onder de reikwijdte van art. 16, lid 4 AWR. Dit blijkt ook uit een arrest van de Hoge Raad waaruit valt op te maken dat van een in het buitenland opgekomen inkomensbestanddeel geen sprake is, indien aan de ontvangst van de gelden slechts een binnen Nederland plaatsgevonden gedraging ten grondslag ligt. De inspecteur kan de verlengde navorderingstermijn niet toepassen. Bron: Rb. Den Haag 12-07-2016

lees verder

CNV Vakmensen geeft niet-leden een stem

15 September 2016

CNV Vakmensen zal niet met een centrale looneis komen in 2017. De bond wil werknemers in de bedrijven laten bepalen welke looneis zal worden gesteld. Opvallend is dat daarbij ook niet-leden een stem krijgen.

Door geen centrale looneis meer te formuleren wil CNV Vakmensen inspelen op de groeiende maatschappelijke wens om maatwerk te leveren in bedrijven en cao’s. Door beter aan te sluiten bij de prestaties van de sector en het bedrijf verwacht CNV Vakmensen dat de lonen in 2017 sneller zullen stijgen. In 2016 is dat gemiddeld 1,7%. Voor de inventarisatie van de looneis zet CNV Vakmensen de eigen online community 'Je Achterban' in. Niet alleen leden van de vakbond zullen toegang hebben tot deze online community. Deze community zal ook openstaan voor niet-vakbondsleden binnen het bedrijf of sector, van mensen in vaste dienst tot zzp'ers. Bron: CNV Vakmensen, 14-09-2016

lees verder

Zorgkosten voor lipoedeem aftrekbaar

15 September 2016

Op zorgkosten aftrekbaar zijn, is het niet van belang dat het een aandoening betreft die is opgenomen op de ICD-lijst van de WHO. Die lijst is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet maatgevend voor de bepaling of er sprake is van een ‘ziekte’. Dit moet per geval beoordeeld worden.

Een vrouw heeft in toenemende mate pijnklachten van lipoedeem, een chronisch progressieve aandoening. Op doorverwijzing van de dermatoloog ondergaat de vrouw een liposuctie. De zorgverzekeraar vergoedt de behandeling niet. De kosten van de behandeling ad € 16.500 worden in de aangifte IB/PV 2011 van haar echtgenoot in aftrek gebracht als specifieke zorgkosten. De inspecteur heeft de kosten van de behandeling niet in aftrek toegestaan. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat alleen zorgkosten in aftrek kunnen worden gebracht als het een ziekte betreft die is opgenomen in de lijst van International Classification of Diseases (ICD-lijst), opgesteld door de WHO. Lipoedeem komt niet voor in deze lijst. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden kunnen aan het hanteren van een algemeen aanvaarde lijst van ziekten zeker uitvoeringstechnische voordelen zijn verbonden. Echter, de ICD-lijst is niet opgesteld voor fiscale doeleinden. Gelet op het rechtszekerheidsbeginsel - de inspecteur stelt een voorwaarde voor aftrek, vermelding op de ICD-lijst, die door de wetgever niet is gesteld - , de (niet-fiscale) achtergrond en doelstelling van de ICD-lijst en de omstandigheid dat enige tijd kan verstrijken tussen een verzoek een ziekte op de lijst op te nemen en de uiteindelijke vermelding, komt het hof tot de conclusie dat het niet gerechtvaardigd is dat slechts van een ziekte sprake is als deze op de ICD-lijst is vermeld. Het hof oordeelt vervolgens dat als uitgangspunt moet worden genomen dat men van een ‘ziekte’ spreekt in het geval zich een al dan niet aangeboren verminderde of verstoorde gezondheidstoestand voordoet. Dit moet per individuele situatie worden beoordeeld. Er zijn voldoende feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat daarvan in dit geval sprake is. Ook stelt het hof vast dat diverse specialisten lipoedeem aanduiden als een ziekte en dat is verzocht lipoedeem op de ICD-lijst te plaatsen. Volgens het hof is lipoedeem dus een ziekte waarvan de behandelkosten voor aftrek in aanmerking komen. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 9-08-2016

lees verder

Werkgever wil pensioengerechtigde medewerker langer in dienst houden

14 September 2016

Ruim een kwart van de HR-professionals (26%) wil pensioengerechtigde medewerkers langer in dienst houden. Organisaties blijken met name bang om kennis, ervaring en competenties te verliezen als de babyboomgeneratie met pensioen gaat.

Dit blijkt uit onderzoek ‘HR Trends 2016-2017’ van ADP Nederland, Berenschot en Performa Uitgeverij onder ruim 1.000 Nederlandse HR-professionals. Als motivatie om medewerkers met aangepaste arbeidsvoorwaarden langer in dienst te houden, telt hun ervaring om nieuwe medewerkers op te leiden het zwaarst (15%), gevolgd door het gebrek aan een geschikte opvolger (8%), krapte op de arbeidsmarkt (5%) en de gunstige arbeidsvoorwaarden (4%). Door de nieuwe Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd, die per 1 januari 2016 in werking is getreden, is het in dienst houden van werknemers na de pensioengerechtigde leeftijd beter gefaciliteerd. Volgens Dik van Leeuwerden, ADP, is het in de praktijk wel belangrijk dat er goede afspraken zijn tussen werkgevers en werknemers. Ook de ‘papierwinkel’ moet men niet vergeten. ‘Vaak moet er bijvoorbeeld een nieuw contract worden opgesteld, terwijl in andere gevallen het bestaande contract gewoon door loopt.” Binnen de sectoren Vervoer en Opslag, Gezondheids- en Welzijnszorg en Industrie blijkt de regeling het meest populair. Respectievelijk geeft tussen de 43% en 30% van de HR-professionals binnen deze sectoren aan gebruik te willen maken van de regeling met als voornaamste reden het willen opleiden van nieuwe medewerkers, ‘learning on the job’. Bij de sector Vervoer & Opslag spelen ook de gunstige arbeidsvoorwaarden van deze regeling een rol. Onder de HR-professionals leeft niet per se de intentie om pensioengerechtigde medewerkers langer in dienst te houden wanneer krapte aan de orde is of wordt verwacht. Alleen voor de functiegroepen Techniek & Onderhoud en Productie & Operations blijkt HR vaker van plan te zijn om gebruik te maken van de regeling naarmate er meer problemen bij de werving worden ervaren. Langer doorwerken vraagt om extra aandacht voor duurzame inzetbaarheid. Net als in voorgaande jaren blijkt dat dit HR-thema voornamelijk een prioriteit van ‘volgend jaar’ is. Desondanks kruipt het onderwerp ieder jaar hoger op de agenda en is het inmiddels uitgegroeid tot meer dan een uitgestelde ambitie. Van de ondervraagde HR-professionals geeft bijna één derde (30%) aan dat het thema één van de gestelde prioriteiten voor dit jaar is. Voor 2017 geeft 29% aan dat het opzetten en bijstellen van het duurzaam inzetbaarheidsbeleid zelfs de hoogste prioriteit heeft. Bron: ADP 13-09-2016

lees verder

Informatiebeschikking terecht afgegeven

14 September 2016

In tegenstelling tot eerder de rechtbank komt Hof Arnhem-Leeuwarden tot de conclusie dat de inspecteur terecht een informatiebeschikking had genomen. Volgens het hof waren de gebreken in de administratie dusdanig ernstig dat niet gezegd kon worden dat de ondernemer aan zijn administratieplicht had voldaan.

De exploitant van een pizzeria en steakhouse heeft in zijn afhaal- en bezorgrestaurant een kassa in gebruik met één kassarol. Bestellingen van klanten worden op briefjes opgenomen die niet worden bewaard. Bij bezorging wordt een briefje aan de bezorger meegegeven en de doorslag daarvan wordt bewaard. Na afloop van de dag rekent de ondernemer met de bezorger af op basis van de doorslagen. De bedragen slaat hij aan op de kassa en vervolgens gooit hij de doorslagen weg. Aan het eind van de dag telt de ondernemer zijn omzet en noteert deze in een schrift. Kasverschillen registreert hij niet. Ook zijn boekhouder controleert het kassaldo niet. Gewerkte uren van het personeel worden in 2008 en 2009 op een kalender genoteerd, maar die kalender wordt niet bewaard. De ondernemer houdt ook geen voorraadadministratie en eigen gebruik en derving bij. Na een waarneming ter plaatse moet de ondernemer de gewerkte uren per dag/per persoon vastleggen in een werkrooster, de bezorgbonnen bewaren en elke dag een Z-afslag maken. In juni 2012 start de Belastingdienst een boekenonderzoek over 2008 tot en met 2010. Op 13 juli 2012 neemt de Belastingdienst een informatiebeschikking en geeft deze af. Het bezwaar tegen de informatiebeschikking wijst de Belastingdienst af, omdat de Z-afslagen niet overeenstemmen met het Grand-total. De verantwoorde omzet over 2009 en 2010 bedraagt € 196.995, terwijl het Grand-total een omzet vermeldt van € 367.874. Voor dit verschil van € 170.879 heeft de ondernemer geen verklaring. In geschil voor Hof Arnhem-Leeuwarden is of de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft genomen met betrekking tot het jaar 2010. Het hof stelt vast dat met een werkwijze zonder een aansluiting met de in het kassasysteem van belanghebbende ingevoerde detailgegevens en zonder een aansluiting met de geadministreerde goederenstroom, geen afdoende controle binnen een redelijke termijn van de verantwoorde omzet in geld mogelijk is. Daarom moet de ondernemer de bestelbriefjes en de dagelijkse omzetten bewaren en zijn administratie zodanig inrichten dat de volledigheid en de totstandkoming van de aangegeven omzet te herleiden is. Ook in 2010 heeft hij de bestelbriefjes niet bewaard. De Z-afslagen die hij wel heeft bewaard zijn deels onleesbaar. Bovendien heeft hij geen inkoop- en voorraadadministratie bijgehouden, eigen gebruik en derving niet geregistreerd en geen werkroosters bewaard. Het hof oordeelt dat deze gebreken dermate ernstig zijn dat niet gezegd kan worden dat hij in 2010 zijn administratie overeenkomstig art. 52 AWR heeft gevoerd. De informatiebeschikking is terecht afgegeven. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 6-09-2016

lees verder

Grote verschillen in flexibilisering tussen beroepen

13 September 2016

De afgelopen jaren is de Nederlandse arbeidsmarkt in toenemende mate geflexibiliseerd, maar dat geldt niet voor alle beroepen in dezelfde mate. Sommige beroepen kenden een grote verschuiving van vast naar flex, maar er zijn ook beroepen waar vaste en flexibele arbeid beide zijn gegroeid.

In de afgelopen tien jaar groeide het aandeel van de flexibele schil (werknemers met een flexibel dienstverband en zzp’ers) in de totale werkzame beroepsbevolking van 24% in 2005 naar 34% in 2015. Deze groei is ten koste gegaan van het aandeel werknemers met een vast dienstverband (van 72% naar 62%). Tot 2009 nam het aandeel werkzame personen met een vast dienstverband in de totale werkgelegenheid gemiddeld met 1,4% per jaar af. Vanaf 2009 lag het flexibiliseringstempo nauwelijks lager (-1,3%). De gemiddelde jaarlijkse groei van het aandeel van de flexibele schil nam sinds de crisis af van 4,0% voor 2009 tot 3,2% vanaf 2009. De flexibilisering van de arbeidsmarkt is dus sinds de kredietcrisis niet versneld. De flexibilsering treft vrijwel alle beroepen, maar lang niet in dezelfde mate. De verschuiving van vast naar flex is het grootst onder sportinstructeurs. Ook bouwvakkers staan in de top vijf. Onder de hulpkrachten in de landbouw is juist geen sprake van flexibilisering. Daar nam het aandeel werknemers met een flexibele arbeidsrelatie af met 14 procentpunten. Een kanttekening hierbij is wel dat in de cijfers alleen personen die als inwoner ingeschreven zijn bij een Nederlandse gemeente zijn meegenomen. De grote aantallen buitenlandse seizoenarbeiders in de landbouw worden dus niet meegeteld. Flexibilisering doet zich niet alleen aan de onderkant van de arbeidsmarkt voor, ook in hogere beroepen (met minimaal hbo-niveau) is het aandeel van de flexibele schil toegenomen ten koste van het aandeel vaste dienstverbanden. De mate van flexibilisering neemt echter wel toe naarmate het beroepsniveau daalt. Bron: DNB 12-09-2016

lees verder

2% overdrachtsbelasting voor onbewoonbare woning

13 September 2016

Een woning is op moment van juridische overdracht feitelijk niet bruikbaar voor bewoning vanwege een verbouwing. Daar de bestemming van pand, bewoning, niet verloren gaat door de ingrijpende renovatie en aanbouw, is het verlaagde tarief overdrachtsbelasting volgens de rechter toch van toepassing.

Een echtpaar koopt in 2014 een woonhuis. Zij willen de woning verbouwen en vergroten met een aanbouw. Blijkens het taxatierapport is het pand bij de overdracht leeg en gesloopt van binnen. Het echtpaar heeft over de verkrijging van de onroerende zaak 6% overdrachtsbelasting voldaan, maar volgens hen was het verlaagde tarief van 2% van toepassing omdat op het moment van heffing sprake was van een woning. Ze gaan in bezwaar en - naar afwijzing hiervan door de inspecteur - in beroep bij Rechtbank Gelderland. Onder woningen worden verstaan onroerende zaken die op het moment van de juridische overdracht naar hun aard zijn bestemd voor bewoning. Volgens het echtpaar is er sprake van een naar zijn aard als woning bestemde onroerende zaak. Zowel uit het koopcontract als uit de akte van levering volgt dat een woning is gekocht. Dat de woning in verregaande mate van binnen was gesloopt ten tijde van de juridische overdracht doet hier niet aan af, daar de bedoeling was verbouwing en uitbreiding. Met die verbouwing was – met toestemming van de verkoper – al voor de levering een aanvang gemaakt. De inspecteur voert aan dat uit het taxatierapport volgt dat op het moment van overdracht al uitgebreide sloopwerkzaamheden hadden plaatsgevonden. Hij verwijst naar het besluit van de staatssecretaris waarin in een toelichting in de vorm van een vraag en antwoord is aangegeven dat het verlaagde tarief niet van toepassing is op de verkrijging van een woning die bestemd is om te worden gesloopt en vervangen wordt door nieuwbouw, indien ten tijde van de verkrijging de sloop al is aangevangen. De rechtbank oordeelt dat er in dit geval sprake is van een onroerende zaak die naar zijn aard bestemd is voor bewoning. Anders dan de inspecteur betoogt, kan uit het taxatierapport niet worden geconcludeerd dat op de waardepeildatum een aanvang is gemaakt met de sloop van woning zoals bedoeld in de toelichting bij het besluit. In die situatie gaat het namelijk om sloop ten behoeve van nieuwbouw. Dat impliceert dat een onroerende zaak geheel teniet gaat waardoor de aangekochte onroerende zaak niet langer naar zijn aard bestemd is voor bewoning. In dit geval is er geen sprake van sloop van de woning, maar van een grondige verbouwing en uitbreiding. De onroerende zaak, die naar haar aard was bestemd voor bewoning, heeft die aard hierdoor niet verloren. Hieraan doet niet af dat de woning op het moment van juridische overdracht feitelijk niet als woning kon worden gebruikt. Bron: Rechtbank Gelderland 8-09-2016

lees verder